Principes
Het in kaart brengen van de Menselijke Maat in de IT kunnen we zien als een zoekproces. Het einddoel van deze queeste is een lijst met principes, die een aanzet vormt voor verdere discussie. Er wordt beoogd principes te formuleren die technologisch agnostisch zijn. De lijst met principes is onder verdeeld in 'do's' en 'don'ts'.
De hier opgestelde lijst met menselijke maat principes is in zijn geheel van de hand van Jaap van Rees.
| 1 | Jaap van Rees | Medewerkers hebben het recht als eerste hun eigen fouten in ingevoerde gegevens te signaleren en te corrigeren. |
| 2 | Jaap van Rees | Medewerkers die op grond van gegevens uit een systeem een beeld vormen over de werkelijkheid en daarover communiceren, moeten de mogelijkheid hebben om te controleren of dit beeld ook daadwerkelijk overeenkomt met de werkelijkheid. |
| 3 | Jaap van Rees | Indien mensen alleen via systemen met elkaar communiceren, moeten zij in de gelegenheid worden gesteld om regelmatig ook non-verbale signalen uit te wisselen. |
| 4 | Jaap van Rees | Iemand die beslissingen neemt op basis van gegevens uit een systeem, heeft het recht op informatie over de herkomst en de kwaliteit van deze gegevens. |
| 5 | Jaap van Rees | Bij iedere informatie-verwerkende handeling in een systeem moet een correctiemogelijkheid aanwezig zijn. Er kunnen immers altijd fouten gemaakt worden. |
| 6 | Jaap van Rees | Iemand die in het kader van informatieverwerking een systeem moet bedienen, moet beschikken over een adequaat model van het systeem, dat past bij de taken die moeten worden uitgevoerd. |
| 7 | Jaap van Rees | De gegevensverwerking moet passen bij de cultuur van de organisatie. Dit betekent dat de normen en waarden met betrekking tot de kwaliteit van de gegevens die in een systeem ingevoerd worden, overeen moeten komen met de normen en waarden die binnen de organisatie gelden. |
| 8 | Jaap van Rees | Het begrippenkader dat in de gebruikersinterface van een geautomatiseerd systeem wordt gehanteerd, moet overeenkomen met het begrippenkader dat binnen de organisatie gebruikt wordt. |
| 9 | Jaap van Rees | Aangezien het niet mogelijk is de werkelijkheid objectief te beschrijven, heeft een medewerker die gegevens vastlegt, het recht te weten voor welk doel de gegevens uiteindelijk worden gebruikt. Op deze manier kan de medewerker het vastleggen van de gegevens inhoudelijk en kwalitatief afstemmen op het doel. |
| 10 | Jaap van Rees | Bij het ontwerpen van systemen moet ervan uitgegaan worden dat de mens de rol van besturend orgaan heeft. De mens bestuurt de machine en niet andersom. |
| 11 | Jaap van Rees | Een gebruiker heeft het recht dat de meest voorkomende handelingen langs de kortst mogelijke weg kunnen worden uitgevoerd. |
| 1 | Jaap van Rees | Gegevens die ingevoerd zijn door medewerkers die geen direct of indirect belang hebben bij de kwaliteit ervan, mogen niet verder verwerkt worden. |
| 2 | Jaap van Rees | Een medewerker mag niet verantwoordelijk gesteld worden voor de kwaliteit van gegevens, indien deze door een andere medewerker zijn ingevoerd, die geen direct of indirect belang heeft bij de kwaliteit van de gegevens. |
| 3 | Jaap van Rees | Een medewerker kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor gevolgen van handelingen, die hij heeft uitvoerd, indien deze gevolgen van te voren niet bekend of direct zichtbaar waren. |
| 4 | Jaap van Rees | Informatie-verwerkende taken die zo ontworpen zijn, dat bij fouten geen herstel mogelijk is, moeten worden verboden. |
| 5 | Jaap van Rees | Systemen die de indruk wekken dat een handeling wordt uitgevoerd, terwijl dat niet gebeurt, moeten worden verboden. |
| 6 | Jaap van Rees | Iemand die gegevens vastlegt, mag niet voor onmogelijke keuzes gesteld worden. Als iemand geval C wil beschrijven en het systeem biedt alleen de mogelijkheid A en B, dan moet er een ontsnappingsmogelijkheid zijn. |




